Vervoeging van buitensluiten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

buitensluiten
to shut out, to lock out
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sluit buiten
Verleden tijd (ik)sloot buiten
Voltooid deelwoordbuitengesloten
Volledige vervoeging van het werkwoord buitensluiten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sluit buiten
jij sluit buiten
u sluit buiten
hij/zij/het sluit buiten
wij sluiten buiten
jullie sluiten buiten
zij sluiten buiten

Verleden tijd

ik sloot buiten
jij sloot buiten
u sloot buiten
hij/zij/het sloot buiten
wij sloten buiten
jullie sloten buiten
zij sloten buiten

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik buitensluit
(dat) jij buitensluit
(dat) u buitensluit
(dat) hij/zij/het buitensluit
(dat) wij buitensluiten
(dat) jullie buitensluiten
(dat) zij buitensluiten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik buitensloot
(dat) jij buitensloot
(dat) u buitensloot
(dat) hij/zij/het buitensloot
(dat) wij buitensloten
(dat) jullie buitensloten
(dat) zij buitensloten

Gebiedende wijs

Imperatief

sluit buiten

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

buitensluiten

Gerundium

buitensluiten

Onvoltooid deelwoord

buitensluitend

Voltooid deelwoord

buitengesloten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.