Vervoeging van budgetteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

budgetteren
to budget, to plan (into) a budget
weak
Tegenwoordige tijd (ik)budgetteer
Verleden tijd (ik)budgetteerde
Voltooid deelwoordgebudgetteerd
Volledige vervoeging van het werkwoord budgetteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik budgetteer
jij budgetteert (inversie: budgetteer jij)
u budgetteert
hij/zij/het budgetteert
wij budgetteren
jullie budgetteren
zij budgetteren

Verleden tijd

ik budgetteerde
jij budgetteerde
u budgetteerde
hij/zij/het budgetteerde
wij budgetteerden
jullie budgetteerden
zij budgetteerden

Gebiedende wijs

Imperatief

budgetteer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

budgetteren

Gerundium

budgetteren

Onvoltooid deelwoord

budgetterend

Voltooid deelwoord

gebudgetteerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.