Vervoeging van bruisen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bruisen
to form bubbles, to froth, to fizz
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bruis
Verleden tijd (ik)bruiste
Voltooid deelwoordgebruist
Volledige vervoeging van het werkwoord bruisen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bruis
jij bruist (inversie: bruis jij)
u bruist
hij/zij/het bruist
wij bruisen
jullie bruisen
zij bruisen

Verleden tijd

ik bruiste
jij bruiste
u bruiste
hij/zij/het bruiste
wij bruisten
jullie bruisten
zij bruisten

Gebiedende wijs

Imperatief

bruis

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bruisen

Gerundium

bruisen

Onvoltooid deelwoord

bruisend

Voltooid deelwoord

gebruist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.