Vervoeging van bruiken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bruiken
to make use of, to use, to have use for
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bruik
Verleden tijd (ik)bruikte
Voltooid deelwoordgebruikt
Volledige vervoeging van het werkwoord bruiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bruik
jij bruikt (inversie: bruik jij)
u bruikt
hij/zij/het bruikt
wij bruiken
jullie bruiken
zij bruiken

Verleden tijd

ik bruikte
jij bruikte
u bruikte
hij/zij/het bruikte
wij bruikten
jullie bruikten
zij bruikten

Gebiedende wijs

Imperatief

bruik

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bruiken

Gerundium

bruiken

Onvoltooid deelwoord

bruikend

Voltooid deelwoord

gebruikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.