2 verschillende werkwoorden « brouwen »:
brouwen — to brew · brouwen — to pronounce the sound "r" as a uvular c
to brew
Tegenwoordige tijd (ik)brouw
Verleden tijd (ik)brouwde
Voltooid deelwoordgebrouwen
Volledige vervoeging van het werkwoord brouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik brouw
jij brouwt (inversie: brouw jij)
u brouwt
hij/zij/het brouwt
wij brouwen
jullie brouwen
zij brouwen
Verleden tijd
ik brouwde
jij brouwde
u brouwde
hij/zij/het brouwde
wij brouwden
jullie brouwden
zij brouwden
Gebiedende wijs
Imperatief
brouw
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
brouwen
Gerundium
brouwen
Onvoltooid deelwoord
brouwend
Voltooid deelwoord
gebrouwen
to pronounce the sound "r" as a uvular consonant
Tegenwoordige tijd (ik)brouw
Verleden tijd (ik)brouwde
Voltooid deelwoordgebrouwd
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik brouw
jij brouwt (inversie: brouw jij)
u brouwt
hij/zij/het brouwt
wij brouwen
jullie brouwen
zij brouwen
Verleden tijd
ik brouwde
jij brouwde
u brouwde
hij/zij/het brouwde
wij brouwden
jullie brouwden
zij brouwden
Gebiedende wijs
Imperatief
brouw
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
brouwen
Gerundium
brouwen
Onvoltooid deelwoord
brouwend
Voltooid deelwoord
gebrouwd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.