to mutter, to mumble
Andere betekenissen: to be imprisoned, to spend time in prison
Tegenwoordige tijd (ik)brom
Verleden tijd (ik)bromde
Voltooid deelwoordgebromd
Volledige vervoeging van het werkwoord brommen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik brom
jij bromt (inversie: brom jij)
u bromt
hij/zij/het bromt
wij brommen
jullie brommen
zij brommen
Verleden tijd
ik bromde
jij bromde
u bromde
hij/zij/het bromde
wij bromden
jullie bromden
zij bromden
Gebiedende wijs
Imperatief
brom
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
brommen
Gerundium
brommen
Onvoltooid deelwoord
brommend
Voltooid deelwoord
gebromd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.