Vervoeging van brandstichten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

brandstichten
to start a fire, to set fire to something, to commit arson
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sticht brand
Verleden tijd (ik)stichtte brand
Voltooid deelwoordbrandgesticht
Volledige vervoeging van het werkwoord brandstichten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sticht brand
jij sticht brand
u sticht brand
hij/zij/het sticht brand
wij stichten brand
jullie stichten brand
zij stichten brand

Verleden tijd

ik stichtte brand
jij stichtte brand
u stichtte brand
hij/zij/het stichtte brand
wij stichtten brand
jullie stichtten brand
zij stichtten brand

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik brandsticht
(dat) jij brandsticht
(dat) u brandsticht
(dat) hij/zij/het brandsticht
(dat) wij brandstichten
(dat) jullie brandstichten
(dat) zij brandstichten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik brandstichtte
(dat) jij brandstichtte
(dat) u brandstichtte
(dat) hij/zij/het brandstichtte
(dat) wij brandstichtten
(dat) jullie brandstichtten
(dat) zij brandstichtten

Gebiedende wijs

Imperatief

sticht brand

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

brandstichten

Gerundium

brandstichten

Onvoltooid deelwoord

brandstichtend

Voltooid deelwoord

brandgesticht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.