Vervoeging van boomen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

boomen
to boom (to flourish, grow, or progress)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)boom
Verleden tijd (ik)boomde
Voltooid deelwoordgeboomd
Volledige vervoeging van het werkwoord boomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik boom
jij boomt (inversie: boom jij)
u boomt
hij/zij/het boomt
wij boomen
jullie boomen
zij boomen

Verleden tijd

ik boomde
jij boomde
u boomde
hij/zij/het boomde
wij boomden
jullie boomden
zij boomden

Gebiedende wijs

Imperatief

boom

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

boomen

Gerundium

boomen

Onvoltooid deelwoord

boomend

Voltooid deelwoord

geboomd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.