Vervoeging van bokken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bokken
to buck, said of a quadruped, e.g. a horse: to leap upward while arching its back
Andere betekenissen: alternative form of bukken
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bok
Verleden tijd (ik)bokte
Voltooid deelwoordgebokt
Volledige vervoeging van het werkwoord bokken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bok
jij bokt (inversie: bok jij)
u bokt
hij/zij/het bokt
wij bokken
jullie bokken
zij bokken

Verleden tijd

ik bokte
jij bokte
u bokte
hij/zij/het bokte
wij bokten
jullie bokten
zij bokten

Gebiedende wijs

Imperatief

bok

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bokken

Gerundium

bokken

Onvoltooid deelwoord

bokkend

Voltooid deelwoord

gebokt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.