Vervoeging van boemelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

boemelen
to go out at bars and cafés
weak
Tegenwoordige tijd (ik)boemel
Verleden tijd (ik)boemelde
Voltooid deelwoordgeboemeld
Volledige vervoeging van het werkwoord boemelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik boemel
jij boemelt (inversie: boemel jij)
u boemelt
hij/zij/het boemelt
wij boemelen
jullie boemelen
zij boemelen

Verleden tijd

ik boemelde
jij boemelde
u boemelde
hij/zij/het boemelde
wij boemelden
jullie boemelden
zij boemelden

Gebiedende wijs

Imperatief

boemel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

boemelen

Gerundium

boemelen

Onvoltooid deelwoord

boemelend

Voltooid deelwoord

geboemeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.