Vervoeging van boeleren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

boeleren
to commit adultery, to fornicate (to have sex out of wedlock)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)boeleer
Verleden tijd (ik)boeleerde
Voltooid deelwoordgeboeleerd
Volledige vervoeging van het werkwoord boeleren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik boeleer
jij boeleert (inversie: boeleer jij)
u boeleert
hij/zij/het boeleert
wij boeleren
jullie boeleren
zij boeleren

Verleden tijd

ik boeleerde
jij boeleerde
u boeleerde
hij/zij/het boeleerde
wij boeleerden
jullie boeleerden
zij boeleerden

Gebiedende wijs

Imperatief

boeleer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

boeleren

Gerundium

boeleren

Onvoltooid deelwoord

boelerend

Voltooid deelwoord

geboeleerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.