to lay bare, to expose, to uncover
Tegenwoordige tijd (ik)leg bloot
Verleden tijd (ik)legde bloot
Voltooid deelwoordblootgelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord blootleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik leg bloot
jij legt bloot (inversie: leg bloot jij)
u legt bloot
hij/zij/het legt bloot
wij leggen bloot
jullie leggen bloot
zij leggen bloot
Verleden tijd
ik legde bloot
jij legde bloot
u legde bloot
hij/zij/het legde bloot
wij legden bloot
jullie legden bloot
zij legden bloot
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik blootleg
(dat) jij blootlegt
(dat) u blootlegt
(dat) hij/zij/het blootlegt
(dat) wij blootleggen
(dat) jullie blootleggen
(dat) zij blootleggen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik blootlegde
(dat) jij blootlegde
(dat) u blootlegde
(dat) hij/zij/het blootlegde
(dat) wij blootlegden
(dat) jullie blootlegden
(dat) zij blootlegden
Gebiedende wijs
Imperatief
leg bloot
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
blootleggen
Gerundium
blootleggen
Onvoltooid deelwoord
blootleggend
Voltooid deelwoord
blootgelegd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.