Vervoeging van blootleggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

blootleggen
to lay bare, to expose, to uncover
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leg bloot
Verleden tijd (ik)legde bloot
Voltooid deelwoordblootgelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord blootleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leg bloot
jij legt bloot (inversie: leg bloot jij)
u legt bloot
hij/zij/het legt bloot
wij leggen bloot
jullie leggen bloot
zij leggen bloot

Verleden tijd

ik legde bloot
jij legde bloot
u legde bloot
hij/zij/het legde bloot
wij legden bloot
jullie legden bloot
zij legden bloot

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik blootleg
(dat) jij blootlegt
(dat) u blootlegt
(dat) hij/zij/het blootlegt
(dat) wij blootleggen
(dat) jullie blootleggen
(dat) zij blootleggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik blootlegde
(dat) jij blootlegde
(dat) u blootlegde
(dat) hij/zij/het blootlegde
(dat) wij blootlegden
(dat) jullie blootlegden
(dat) zij blootlegden

Gebiedende wijs

Imperatief

leg bloot

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

blootleggen

Gerundium

blootleggen

Onvoltooid deelwoord

blootleggend

Voltooid deelwoord

blootgelegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.