Vervoeging van blancheren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

blancheren
to parboil
weak
Tegenwoordige tijd (ik)blancheer
Verleden tijd (ik)blancheerde
Voltooid deelwoordgeblancheerd
Volledige vervoeging van het werkwoord blancheren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blancheer
jij blancheert (inversie: blancheer jij)
u blancheert
hij/zij/het blancheert
wij blancheren
jullie blancheren
zij blancheren

Verleden tijd

ik blancheerde
jij blancheerde
u blancheerde
hij/zij/het blancheerde
wij blancheerden
jullie blancheerden
zij blancheerden

Gebiedende wijs

Imperatief

blancheer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

blancheren

Gerundium

blancheren

Onvoltooid deelwoord

blancherend

Voltooid deelwoord

geblancheerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.