Vervoeging van blameren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

blameren
to slander, to calumniate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)blameer
Verleden tijd (ik)blameerde
Voltooid deelwoordgeblameerd
Volledige vervoeging van het werkwoord blameren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blameer
jij blameert (inversie: blameer jij)
u blameert
hij/zij/het blameert
wij blameren
jullie blameren
zij blameren

Verleden tijd

ik blameerde
jij blameerde
u blameerde
hij/zij/het blameerde
wij blameerden
jullie blameerden
zij blameerden

Gebiedende wijs

Imperatief

blameer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

blameren

Gerundium

blameren

Onvoltooid deelwoord

blamerend

Voltooid deelwoord

geblameerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.