Vervoeging van biologeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

biologeren
to entrance, to mesmerize
weak
Tegenwoordige tijd (ik)biologeer
Verleden tijd (ik)biologeerde
Voltooid deelwoordgebiologeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord biologeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik biologeer
jij biologeert (inversie: biologeer jij)
u biologeert
hij/zij/het biologeert
wij biologeren
jullie biologeren
zij biologeren

Verleden tijd

ik biologeerde
jij biologeerde
u biologeerde
hij/zij/het biologeerde
wij biologeerden
jullie biologeerden
zij biologeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

biologeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

biologeren

Gerundium

biologeren

Onvoltooid deelwoord

biologerend

Voltooid deelwoord

gebiologeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.