Vervoeging van binnentrekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

binnentrekken
to march in, to invade
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)trek binnen
Verleden tijd (ik)trok binnen
Voltooid deelwoordbinnengetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord binnentrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trek binnen
jij trekt binnen (inversie: trek binnen jij)
u trekt binnen
hij/zij/het trekt binnen
wij trekken binnen
jullie trekken binnen
zij trekken binnen

Verleden tijd

ik trok binnen
jij trok binnen
u trok binnen
hij/zij/het trok binnen
wij trokken binnen
jullie trokken binnen
zij trokken binnen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik binnentrek
(dat) jij binnentrekt
(dat) u binnentrekt
(dat) hij/zij/het binnentrekt
(dat) wij binnentrekken
(dat) jullie binnentrekken
(dat) zij binnentrekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik binnentrok
(dat) jij binnentrok
(dat) u binnentrok
(dat) hij/zij/het binnentrok
(dat) wij binnentrokken
(dat) jullie binnentrokken
(dat) zij binnentrokken

Gebiedende wijs

Imperatief

trek binnen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

binnentrekken

Gerundium

binnentrekken

Onvoltooid deelwoord

binnentrekkend

Voltooid deelwoord

binnengetrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.