Vervoeging van binnenlaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

binnenlaten
to let someone inside
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat binnen
Verleden tijd (ik)liet binnen
Voltooid deelwoordbinnengelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord binnenlaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat binnen
jij laat binnen
u laat binnen
hij/zij/het laat binnen
wij laten binnen
jullie laten binnen
zij laten binnen

Verleden tijd

ik liet binnen
jij liet binnen
u liet binnen
hij/zij/het liet binnen
wij lieten binnen
jullie lieten binnen
zij lieten binnen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik binnenlaat
(dat) jij binnenlaat
(dat) u binnenlaat
(dat) hij/zij/het binnenlaat
(dat) wij binnenlaten
(dat) jullie binnenlaten
(dat) zij binnenlaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik binnenliet
(dat) jij binnenliet
(dat) u binnenliet
(dat) hij/zij/het binnenliet
(dat) wij binnenlieten
(dat) jullie binnenlieten
(dat) zij binnenlieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat binnen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

binnenlaten

Gerundium

binnenlaten

Onvoltooid deelwoord

binnenlatend

Voltooid deelwoord

binnengelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.