Vervoeging van binnendringen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

binnendringen
to encroach, to intrude, to penetrate, to invade, to interlope (to intrude unrightfully on someone else's rights or territory)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)dring binnen
Verleden tijd (ik)drong binnen
Voltooid deelwoordbinnengedrongen
Volledige vervoeging van het werkwoord binnendringen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik dring binnen
jij dringt binnen (inversie: dring binnen jij)
u dringt binnen
hij/zij/het dringt binnen
wij dringen binnen
jullie dringen binnen
zij dringen binnen

Verleden tijd

ik drong binnen
jij drong binnen
u drong binnen
hij/zij/het drong binnen
wij drongen binnen
jullie drongen binnen
zij drongen binnen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik binnendring
(dat) jij binnendringt
(dat) u binnendringt
(dat) hij/zij/het binnendringt
(dat) wij binnendringen
(dat) jullie binnendringen
(dat) zij binnendringen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik binnendrong
(dat) jij binnendrong
(dat) u binnendrong
(dat) hij/zij/het binnendrong
(dat) wij binnendrongen
(dat) jullie binnendrongen
(dat) zij binnendrongen

Gebiedende wijs

Imperatief

dring binnen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

binnendringen

Gerundium

binnendringen

Onvoltooid deelwoord

binnendringend

Voltooid deelwoord

binnengedrongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.