Vervoeging van bijzitten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijzitten
to sit along, to sit nearby
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zit bij
Verleden tijd (ik)zat bij
Voltooid deelwoordbijgegezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord bijzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zit bij
jij zit bij
u zit bij
hij/zij/het zit bij
wij zitten bij
jullie zitten bij
zij zitten bij

Verleden tijd

ik zat bij
jij zat bij
u zat bij
hij/zij/het zat bij
wij zaten bij
jullie zaten bij
zij zaten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijzit
(dat) jij bijzit
(dat) u bijzit
(dat) hij/zij/het bijzit
(dat) wij bijzitten
(dat) jullie bijzitten
(dat) zij bijzitten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijzat
(dat) jij bijzat
(dat) u bijzat
(dat) hij/zij/het bijzat
(dat) wij bijzaten
(dat) jullie bijzaten
(dat) zij bijzaten

Gebiedende wijs

Imperatief

zit bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijzitten

Gerundium

bijzitten

Onvoltooid deelwoord

bijzittend

Voltooid deelwoord

bijgegezeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.