to sit along, to sit nearby
Tegenwoordige tijd (ik)zit bij
Verleden tijd (ik)zat bij
Voltooid deelwoordbijgegezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord bijzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zit bij
jij zit bij
u zit bij
hij/zij/het zit bij
wij zitten bij
jullie zitten bij
zij zitten bij
Verleden tijd
ik zat bij
jij zat bij
u zat bij
hij/zij/het zat bij
wij zaten bij
jullie zaten bij
zij zaten bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijzit
(dat) jij bijzit
(dat) u bijzit
(dat) hij/zij/het bijzit
(dat) wij bijzitten
(dat) jullie bijzitten
(dat) zij bijzitten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijzat
(dat) jij bijzat
(dat) u bijzat
(dat) hij/zij/het bijzat
(dat) wij bijzaten
(dat) jullie bijzaten
(dat) zij bijzaten
Gebiedende wijs
Imperatief
zit bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijzitten
Gerundium
bijzitten
Onvoltooid deelwoord
bijzittend
Voltooid deelwoord
bijgegezeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.