Vervoeging van bijzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijzetten
to add, to set beside something else
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet bij
Verleden tijd (ik)zette bij
Voltooid deelwoordbijgezet
Volledige vervoeging van het werkwoord bijzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet bij
jij zet bij
u zet bij
hij/zij/het zet bij
wij zetten bij
jullie zetten bij
zij zetten bij

Verleden tijd

ik zette bij
jij zette bij
u zette bij
hij/zij/het zette bij
wij zetten bij
jullie zetten bij
zij zetten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijzet
(dat) jij bijzet
(dat) u bijzet
(dat) hij/zij/het bijzet
(dat) wij bijzetten
(dat) jullie bijzetten
(dat) zij bijzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijzette
(dat) jij bijzette
(dat) u bijzette
(dat) hij/zij/het bijzette
(dat) wij bijzetten
(dat) jullie bijzetten
(dat) zij bijzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijzetten

Gerundium

bijzetten

Onvoltooid deelwoord

bijzettend

Voltooid deelwoord

bijgezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.