Vervoeging van bijwerken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijwerken
to update (make something up to date)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)werk bij
Verleden tijd (ik)werkte bij
Voltooid deelwoordbijgewerkt
Volledige vervoeging van het werkwoord bijwerken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik werk bij
jij werkt bij (inversie: werk bij jij)
u werkt bij
hij/zij/het werkt bij
wij werken bij
jullie werken bij
zij werken bij

Verleden tijd

ik werkte bij
jij werkte bij
u werkte bij
hij/zij/het werkte bij
wij werkten bij
jullie werkten bij
zij werkten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijwerk
(dat) jij bijwerkt
(dat) u bijwerkt
(dat) hij/zij/het bijwerkt
(dat) wij bijwerken
(dat) jullie bijwerken
(dat) zij bijwerken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijwerkte
(dat) jij bijwerkte
(dat) u bijwerkte
(dat) hij/zij/het bijwerkte
(dat) wij bijwerkten
(dat) jullie bijwerkten
(dat) zij bijwerkten

Gebiedende wijs

Imperatief

werk bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijwerken

Gerundium

bijwerken

Onvoltooid deelwoord

bijwerkend

Voltooid deelwoord

bijgewerkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.