Vervoeging van bijvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijvallen
to fall in addition
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val bij
Verleden tijd (ik)viel bij
Voltooid deelwoordbijgevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord bijvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val bij
jij valt bij (inversie: val bij jij)
u valt bij
hij/zij/het valt bij
wij vallen bij
jullie vallen bij
zij vallen bij

Verleden tijd

ik viel bij
jij viel bij
u viel bij
hij/zij/het viel bij
wij vielen bij
jullie vielen bij
zij vielen bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijval
(dat) jij bijvalt
(dat) u bijvalt
(dat) hij/zij/het bijvalt
(dat) wij bijvallen
(dat) jullie bijvallen
(dat) zij bijvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijviel
(dat) jij bijviel
(dat) u bijviel
(dat) hij/zij/het bijviel
(dat) wij bijvielen
(dat) jullie bijvielen
(dat) zij bijvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijvallen

Gerundium

bijvallen

Onvoltooid deelwoord

bijvallend

Voltooid deelwoord

bijgevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.