to bite
Tegenwoordige tijd (ik)bijt
Verleden tijd (ik)beet
Voltooid deelwoordgebeten
Volledige vervoeging van het werkwoord bijten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bijt
jij bijt
u bijt
hij/zij/het bijt
wij bijten
jullie bijten
zij bijten
Verleden tijd
ik beet
jij beet
u beet
hij/zij/het beet
wij beten
jullie beten
zij beten
Gebiedende wijs
Imperatief
bijt
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijten
Gerundium
bijten
Onvoltooid deelwoord
bijtend
Voltooid deelwoord
gebeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.