to add
Tegenwoordige tijd (ik)tel bij
Verleden tijd (ik)telde bij
Voltooid deelwoordbijgeteld
Volledige vervoeging van het werkwoord bijtellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik tel bij
jij telt bij (inversie: tel bij jij)
u telt bij
hij/zij/het telt bij
wij tellen bij
jullie tellen bij
zij tellen bij
Verleden tijd
ik telde bij
jij telde bij
u telde bij
hij/zij/het telde bij
wij telden bij
jullie telden bij
zij telden bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijtel
(dat) jij bijtelt
(dat) u bijtelt
(dat) hij/zij/het bijtelt
(dat) wij bijtellen
(dat) jullie bijtellen
(dat) zij bijtellen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijtelde
(dat) jij bijtelde
(dat) u bijtelde
(dat) hij/zij/het bijtelde
(dat) wij bijtelden
(dat) jullie bijtelden
(dat) zij bijtelden
Gebiedende wijs
Imperatief
tel bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijtellen
Gerundium
bijtellen
Onvoltooid deelwoord
bijtellend
Voltooid deelwoord
bijgeteld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.