to adjust, to adapt, to amend
Tegenwoordige tijd (ik)stel bij
Verleden tijd (ik)stelde bij
Voltooid deelwoordbijgesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord bijstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik stel bij
jij stelt bij (inversie: stel bij jij)
u stelt bij
hij/zij/het stelt bij
wij stellen bij
jullie stellen bij
zij stellen bij
Verleden tijd
ik stelde bij
jij stelde bij
u stelde bij
hij/zij/het stelde bij
wij stelden bij
jullie stelden bij
zij stelden bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijstel
(dat) jij bijstelt
(dat) u bijstelt
(dat) hij/zij/het bijstelt
(dat) wij bijstellen
(dat) jullie bijstellen
(dat) zij bijstellen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijstelde
(dat) jij bijstelde
(dat) u bijstelde
(dat) hij/zij/het bijstelde
(dat) wij bijstelden
(dat) jullie bijstelden
(dat) zij bijstelden
Gebiedende wijs
Imperatief
stel bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijstellen
Gerundium
bijstellen
Onvoltooid deelwoord
bijstellend
Voltooid deelwoord
bijgesteld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.