to brush up
Tegenwoordige tijd (ik)spijker bij
Verleden tijd (ik)spijkerde bij
Voltooid deelwoordbijgespijkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord bijspijkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik spijker bij
jij spijkert bij (inversie: spijker bij jij)
u spijkert bij
hij/zij/het spijkert bij
wij spijkeren bij
jullie spijkeren bij
zij spijkeren bij
Verleden tijd
ik spijkerde bij
jij spijkerde bij
u spijkerde bij
hij/zij/het spijkerde bij
wij spijkerden bij
jullie spijkerden bij
zij spijkerden bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijspijker
(dat) jij bijspijkert
(dat) u bijspijkert
(dat) hij/zij/het bijspijkert
(dat) wij bijspijkeren
(dat) jullie bijspijkeren
(dat) zij bijspijkeren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijspijkerde
(dat) jij bijspijkerde
(dat) u bijspijkerde
(dat) hij/zij/het bijspijkerde
(dat) wij bijspijkerden
(dat) jullie bijspijkerden
(dat) zij bijspijkerden
Gebiedende wijs
Imperatief
spijker bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijspijkeren
Gerundium
bijspijkeren
Onvoltooid deelwoord
bijspijkerend
Voltooid deelwoord
bijgespijkerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.