Vervoeging van bijspijkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijspijkeren
to brush up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spijker bij
Verleden tijd (ik)spijkerde bij
Voltooid deelwoordbijgespijkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord bijspijkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spijker bij
jij spijkert bij (inversie: spijker bij jij)
u spijkert bij
hij/zij/het spijkert bij
wij spijkeren bij
jullie spijkeren bij
zij spijkeren bij

Verleden tijd

ik spijkerde bij
jij spijkerde bij
u spijkerde bij
hij/zij/het spijkerde bij
wij spijkerden bij
jullie spijkerden bij
zij spijkerden bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijspijker
(dat) jij bijspijkert
(dat) u bijspijkert
(dat) hij/zij/het bijspijkert
(dat) wij bijspijkeren
(dat) jullie bijspijkeren
(dat) zij bijspijkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijspijkerde
(dat) jij bijspijkerde
(dat) u bijspijkerde
(dat) hij/zij/het bijspijkerde
(dat) wij bijspijkerden
(dat) jullie bijspijkerden
(dat) zij bijspijkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

spijker bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijspijkeren

Gerundium

bijspijkeren

Onvoltooid deelwoord

bijspijkerend

Voltooid deelwoord

bijgespijkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.