Vervoeging van bijsluiten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijsluiten
to enclose; to include as an attachment
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sluit bij
Verleden tijd (ik)sloot bij
Voltooid deelwoordbijgesloten
Volledige vervoeging van het werkwoord bijsluiten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sluit bij
jij sluit bij
u sluit bij
hij/zij/het sluit bij
wij sluiten bij
jullie sluiten bij
zij sluiten bij

Verleden tijd

ik sloot bij
jij sloot bij
u sloot bij
hij/zij/het sloot bij
wij sloten bij
jullie sloten bij
zij sloten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijsluit
(dat) jij bijsluit
(dat) u bijsluit
(dat) hij/zij/het bijsluit
(dat) wij bijsluiten
(dat) jullie bijsluiten
(dat) zij bijsluiten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijsloot
(dat) jij bijsloot
(dat) u bijsloot
(dat) hij/zij/het bijsloot
(dat) wij bijsloten
(dat) jullie bijsloten
(dat) zij bijsloten

Gebiedende wijs

Imperatief

sluit bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijsluiten

Gerundium

bijsluiten

Onvoltooid deelwoord

bijsluitend

Voltooid deelwoord

bijgesloten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.