Vervoeging van bijschieten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijschieten
to come to the aid (of), to come to someone's aid
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schiet bij
Verleden tijd (ik)schoot bij
Voltooid deelwoordbijgeschoten
Volledige vervoeging van het werkwoord bijschieten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schiet bij
jij schiet bij
u schiet bij
hij/zij/het schiet bij
wij schieten bij
jullie schieten bij
zij schieten bij

Verleden tijd

ik schoot bij
jij schoot bij
u schoot bij
hij/zij/het schoot bij
wij schoten bij
jullie schoten bij
zij schoten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijschiet
(dat) jij bijschiet
(dat) u bijschiet
(dat) hij/zij/het bijschiet
(dat) wij bijschieten
(dat) jullie bijschieten
(dat) zij bijschieten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijschoot
(dat) jij bijschoot
(dat) u bijschoot
(dat) hij/zij/het bijschoot
(dat) wij bijschoten
(dat) jullie bijschoten
(dat) zij bijschoten

Gebiedende wijs

Imperatief

schiet bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijschieten

Gerundium

bijschieten

Onvoltooid deelwoord

bijschietend

Voltooid deelwoord

bijgeschoten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.