Vervoeging van bijpraten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijpraten
to catch up, to get (someone) up to date about the latest developments
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)praat bij
Verleden tijd (ik)praatte bij
Voltooid deelwoordbijgepraat
Volledige vervoeging van het werkwoord bijpraten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik praat bij
jij praat bij
u praat bij
hij/zij/het praat bij
wij praten bij
jullie praten bij
zij praten bij

Verleden tijd

ik praatte bij
jij praatte bij
u praatte bij
hij/zij/het praatte bij
wij praatten bij
jullie praatten bij
zij praatten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijpraat
(dat) jij bijpraat
(dat) u bijpraat
(dat) hij/zij/het bijpraat
(dat) wij bijpraten
(dat) jullie bijpraten
(dat) zij bijpraten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijpraatte
(dat) jij bijpraatte
(dat) u bijpraatte
(dat) hij/zij/het bijpraatte
(dat) wij bijpraatten
(dat) jullie bijpraatten
(dat) zij bijpraatten

Gebiedende wijs

Imperatief

praat bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijpraten

Gerundium

bijpraten

Onvoltooid deelwoord

bijpratend

Voltooid deelwoord

bijgepraat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.