Vervoeging van bijeenlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijeenlopen
to walk together
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop bijeen
Verleden tijd (ik)liep bijeen
Voltooid deelwoordbijeengelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord bijeenlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop bijeen
jij loopt bijeen (inversie: loop bijeen jij)
u loopt bijeen
hij/zij/het loopt bijeen
wij lopen bijeen
jullie lopen bijeen
zij lopen bijeen

Verleden tijd

ik liep bijeen
jij liep bijeen
u liep bijeen
hij/zij/het liep bijeen
wij liepen bijeen
jullie liepen bijeen
zij liepen bijeen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijeenloop
(dat) jij bijeenloopt
(dat) u bijeenloopt
(dat) hij/zij/het bijeenloopt
(dat) wij bijeenlopen
(dat) jullie bijeenlopen
(dat) zij bijeenlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijeenliep
(dat) jij bijeenliep
(dat) u bijeenliep
(dat) hij/zij/het bijeenliep
(dat) wij bijeenliepen
(dat) jullie bijeenliepen
(dat) zij bijeenliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop bijeen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijeenlopen

Gerundium

bijeenlopen

Onvoltooid deelwoord

bijeenlopend

Voltooid deelwoord

bijeengelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.