to come together, to meet, to assemble
Tegenwoordige tijd (ik)kom bijeen
Verleden tijd (ik)kwam bijeen
Voltooid deelwoordbijeengekomen
Volledige vervoeging van het werkwoord bijeenkomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kom bijeen
jij komt bijeen (inversie: kom bijeen jij)
u komt bijeen
hij/zij/het komt bijeen
wij komen bijeen
jullie komen bijeen
zij komen bijeen
Verleden tijd
ik kwam bijeen
jij kwam bijeen
u kwam bijeen
hij/zij/het kwam bijeen
wij kwamen bijeen
jullie kwamen bijeen
zij kwamen bijeen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijeenkom
(dat) jij bijeenkomt
(dat) u bijeenkomt
(dat) hij/zij/het bijeenkomt
(dat) wij bijeenkomen
(dat) jullie bijeenkomen
(dat) zij bijeenkomen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijeenkwam
(dat) jij bijeenkwam
(dat) u bijeenkwam
(dat) hij/zij/het bijeenkwam
(dat) wij bijeenkwamen
(dat) jullie bijeenkwamen
(dat) zij bijeenkwamen
Gebiedende wijs
Imperatief
kom bijeen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijeenkomen
Gerundium
bijeenkomen
Onvoltooid deelwoord
bijeenkomend
Voltooid deelwoord
bijeengekomen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.