to hold together
Tegenwoordige tijd (ik)hou bijeen / houd bijeen
Verleden tijd (ik)hield bijeen
Voltooid deelwoordbijeengehouden
Volledige vervoeging van het werkwoord bijeenhouden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik hou bijeen / houd bijeen
jij houdt bijeen / hou bijeen / houd bijeen
u houdt bijeen
hij/zij/het houdt bijeen
wij houden bijeen
jullie houden bijeen
zij houden bijeen
Verleden tijd
ik hield bijeen
jij hield bijeen
u hield bijeen
hij/zij/het hield bijeen
wij hielden bijeen
jullie hielden bijeen
zij hielden bijeen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijeenhou / bijeenhoud
(dat) jij bijeenhoudt
(dat) u bijeenhoudt
(dat) hij/zij/het bijeenhoudt
(dat) wij bijeenhouden
(dat) jullie bijeenhouden
(dat) zij bijeenhouden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijeenhield
(dat) jij bijeenhield
(dat) u bijeenhield
(dat) hij/zij/het bijeenhield
(dat) wij bijeenhielden
(dat) jullie bijeenhielden
(dat) zij bijeenhielden
Gebiedende wijs
Imperatief
hou bijeen / houd bijeen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijeenhouden
Gerundium
bijeenhouden
Onvoltooid deelwoord
bijeenhoudend
Voltooid deelwoord
bijeengehouden
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.