to teach, to instill (an ideal)
Tegenwoordige tijd (ik)breng bij
Verleden tijd (ik)bracht bij
Voltooid deelwoordbijgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord bijbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik breng bij
jij brengt bij (inversie: breng bij jij)
u brengt bij
hij/zij/het brengt bij
wij brengen bij
jullie brengen bij
zij brengen bij
Verleden tijd
ik bracht bij
jij bracht bij
u bracht bij
hij/zij/het bracht bij
wij brachten bij
jullie brachten bij
zij brachten bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijbreng
(dat) jij bijbrengt
(dat) u bijbrengt
(dat) hij/zij/het bijbrengt
(dat) wij bijbrengen
(dat) jullie bijbrengen
(dat) zij bijbrengen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijbracht
(dat) jij bijbracht
(dat) u bijbracht
(dat) hij/zij/het bijbracht
(dat) wij bijbrachten
(dat) jullie bijbrachten
(dat) zij bijbrachten
Gebiedende wijs
Imperatief
breng bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijbrengen
Gerundium
bijbrengen
Onvoltooid deelwoord
bijbrengend
Voltooid deelwoord
bijgebracht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.