Vervoeging van bijbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bijbrengen
to teach, to instill (an ideal)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng bij
Verleden tijd (ik)bracht bij
Voltooid deelwoordbijgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord bijbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng bij
jij brengt bij (inversie: breng bij jij)
u brengt bij
hij/zij/het brengt bij
wij brengen bij
jullie brengen bij
zij brengen bij

Verleden tijd

ik bracht bij
jij bracht bij
u bracht bij
hij/zij/het bracht bij
wij brachten bij
jullie brachten bij
zij brachten bij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bijbreng
(dat) jij bijbrengt
(dat) u bijbrengt
(dat) hij/zij/het bijbrengt
(dat) wij bijbrengen
(dat) jullie bijbrengen
(dat) zij bijbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bijbracht
(dat) jij bijbracht
(dat) u bijbracht
(dat) hij/zij/het bijbracht
(dat) wij bijbrachten
(dat) jullie bijbrachten
(dat) zij bijbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng bij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bijbrengen

Gerundium

bijbrengen

Onvoltooid deelwoord

bijbrengend

Voltooid deelwoord

bijgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.