to keep up, to not fall behind
Tegenwoordige tijd (ik)blijf bij
Verleden tijd (ik)bleef bij
Voltooid deelwoordbijgebleven
Volledige vervoeging van het werkwoord bijblijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik blijf bij
jij blijft bij (inversie: blijf bij jij)
u blijft bij
hij/zij/het blijft bij
wij blijven bij
jullie blijven bij
zij blijven bij
Verleden tijd
ik bleef bij
jij bleef bij
u bleef bij
hij/zij/het bleef bij
wij bleven bij
jullie bleven bij
zij bleven bij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik bijblijf
(dat) jij bijblijft
(dat) u bijblijft
(dat) hij/zij/het bijblijft
(dat) wij bijblijven
(dat) jullie bijblijven
(dat) zij bijblijven
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik bijbleef
(dat) jij bijbleef
(dat) u bijbleef
(dat) hij/zij/het bijbleef
(dat) wij bijbleven
(dat) jullie bijbleven
(dat) zij bijbleven
Gebiedende wijs
Imperatief
blijf bij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bijblijven
Gerundium
bijblijven
Onvoltooid deelwoord
bijblijvend
Voltooid deelwoord
bijgebleven
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.