to roll downward (of tears)
Tegenwoordige tijd (ik)biggel
Verleden tijd (ik)biggelde
Voltooid deelwoordgebiggeld
Volledige vervoeging van het werkwoord biggelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik biggel
jij biggelt (inversie: biggel jij)
u biggelt
hij/zij/het biggelt
wij biggelen
jullie biggelen
zij biggelen
Verleden tijd
ik biggelde
jij biggelde
u biggelde
hij/zij/het biggelde
wij biggelden
jullie biggelden
zij biggelden
Gebiedende wijs
Imperatief
biggel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
biggelen
Gerundium
biggelen
Onvoltooid deelwoord
biggelend
Voltooid deelwoord
gebiggeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.