Vervoeging van biggelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

biggelen
to roll downward (of tears)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)biggel
Verleden tijd (ik)biggelde
Voltooid deelwoordgebiggeld
Volledige vervoeging van het werkwoord biggelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik biggel
jij biggelt (inversie: biggel jij)
u biggelt
hij/zij/het biggelt
wij biggelen
jullie biggelen
zij biggelen

Verleden tijd

ik biggelde
jij biggelde
u biggelde
hij/zij/het biggelde
wij biggelden
jullie biggelden
zij biggelden

Gebiedende wijs

Imperatief

biggel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

biggelen

Gerundium

biggelen

Onvoltooid deelwoord

biggelend

Voltooid deelwoord

gebiggeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.