to give way, succumb
Tegenwoordige tijd (ik)bezwijk
Verleden tijd (ik)bezweek
Voltooid deelwoordbezweken
Volledige vervoeging van het werkwoord bezwijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bezwijk
jij bezwijkt (inversie: bezwijk jij)
u bezwijkt
hij/zij/het bezwijkt
wij bezwijken
jullie bezwijken
zij bezwijken
Verleden tijd
ik bezweek
jij bezweek
u bezweek
hij/zij/het bezweek
wij bezweken
jullie bezweken
zij bezweken
Gebiedende wijs
Imperatief
bezwijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bezwijken
Gerundium
bezwijken
Onvoltooid deelwoord
bezwijkend
Voltooid deelwoord
bezweken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.