Vervoeging van bezitten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bezitten
to own, to possess
strong
Tegenwoordige tijd (ik)bezit
Verleden tijd (ik)bezat
Voltooid deelwoordbezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord bezitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bezit
jij bezit
u bezit
hij/zij/het bezit
wij bezitten
jullie bezitten
zij bezitten

Verleden tijd

ik bezat
jij bezat
u bezat
hij/zij/het bezat
wij bezaten
jullie bezaten
zij bezaten

Gebiedende wijs

Imperatief

bezit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bezitten

Gerundium

bezitten

Onvoltooid deelwoord

bezittend

Voltooid deelwoord

bezeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.