Vervoeging van bezighouden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bezighouden
to keep busy, to occupy
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)hou bezig / houd bezig
Verleden tijd (ik)hield bezig
Voltooid deelwoordbeziggehouden
Volledige vervoeging van het werkwoord bezighouden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hou bezig / houd bezig
jij houdt bezig / hou bezig / houd bezig
u houdt bezig
hij/zij/het houdt bezig
wij houden bezig
jullie houden bezig
zij houden bezig

Verleden tijd

ik hield bezig
jij hield bezig
u hield bezig
hij/zij/het hield bezig
wij hielden bezig
jullie hielden bezig
zij hielden bezig

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik bezighou / bezighoud
(dat) jij bezighoudt
(dat) u bezighoudt
(dat) hij/zij/het bezighoudt
(dat) wij bezighouden
(dat) jullie bezighouden
(dat) zij bezighouden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik bezighield
(dat) jij bezighield
(dat) u bezighield
(dat) hij/zij/het bezighield
(dat) wij bezighielden
(dat) jullie bezighielden
(dat) zij bezighielden

Gebiedende wijs

Imperatief

hou bezig / houd bezig

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bezighouden

Gerundium

bezighouden

Onvoltooid deelwoord

bezighoudend

Voltooid deelwoord

beziggehouden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.