Vervoeging van bezeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bezeren
to hurt, cause pain and/or injury
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bezeer
Verleden tijd (ik)bezeerde
Voltooid deelwoordbezeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord bezeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bezeer
jij bezeert (inversie: bezeer jij)
u bezeert
hij/zij/het bezeert
wij bezeren
jullie bezeren
zij bezeren

Verleden tijd

ik bezeerde
jij bezeerde
u bezeerde
hij/zij/het bezeerde
wij bezeerden
jullie bezeerden
zij bezeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

bezeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bezeren

Gerundium

bezeren

Onvoltooid deelwoord

bezerend

Voltooid deelwoord

bezeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.