Vervoeging van betuttelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

betuttelen
to condescend, to patronise, to treat as less than adult
weak
Tegenwoordige tijd (ik)betuttel
Verleden tijd (ik)betuttelde
Voltooid deelwoordbetutteld
Volledige vervoeging van het werkwoord betuttelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik betuttel
jij betuttelt (inversie: betuttel jij)
u betuttelt
hij/zij/het betuttelt
wij betuttelen
jullie betuttelen
zij betuttelen

Verleden tijd

ik betuttelde
jij betuttelde
u betuttelde
hij/zij/het betuttelde
wij betuttelden
jullie betuttelden
zij betuttelden

Gebiedende wijs

Imperatief

betuttel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

betuttelen

Gerundium

betuttelen

Onvoltooid deelwoord

betuttelend

Voltooid deelwoord

betutteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.