Vervoeging van beteugelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

beteugelen
to curb, rein
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beteugel
Verleden tijd (ik)beteugelde
Voltooid deelwoordbeteugeld
Volledige vervoeging van het werkwoord beteugelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beteugel
jij beteugelt (inversie: beteugel jij)
u beteugelt
hij/zij/het beteugelt
wij beteugelen
jullie beteugelen
zij beteugelen

Verleden tijd

ik beteugelde
jij beteugelde
u beteugelde
hij/zij/het beteugelde
wij beteugelden
jullie beteugelden
zij beteugelden

Gebiedende wijs

Imperatief

beteugel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beteugelen

Gerundium

beteugelen

Onvoltooid deelwoord

beteugelend

Voltooid deelwoord

beteugeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.