2 verschillende werkwoorden « beteren »:
beteren — to improve, to become/make better · beteren — to tar, to cover with tar
to improve, to become/make better
Tegenwoordige tijd (ik)beter
Verleden tijd (ik)beterde
Voltooid deelwoordgebeterd
Volledige vervoeging van het werkwoord beteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik beter
jij betert (inversie: beter jij)
u betert
hij/zij/het betert
wij beteren
jullie beteren
zij beteren
Verleden tijd
ik beterde
jij beterde
u beterde
hij/zij/het beterde
wij beterden
jullie beterden
zij beterden
Gebiedende wijs
Imperatief
beter
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beteren
Gerundium
beteren
Onvoltooid deelwoord
beterend
Voltooid deelwoord
gebeterd
to tar, to cover with tar
Tegenwoordige tijd (ik)beteer
Verleden tijd (ik)beteerde
Voltooid deelwoordbeteerd
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik beteer
jij beteert (inversie: beteer jij)
u beteert
hij/zij/het beteert
wij beteren
jullie beteren
zij beteren
Verleden tijd
ik beteerde
jij beteerde
u beteerde
hij/zij/het beteerde
wij beteerden
jullie beteerden
zij beteerden
Gebiedende wijs
Imperatief
beteer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beteren
Gerundium
beteren
Onvoltooid deelwoord
beterend
Voltooid deelwoord
beteerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.