Vervoeging van bespringen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bespringen
to jump or pounce on
strong
Tegenwoordige tijd (ik)bespring
Verleden tijd (ik)besprong
Voltooid deelwoordbesprongen
Volledige vervoeging van het werkwoord bespringen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bespring
jij bespringt (inversie: bespring jij)
u bespringt
hij/zij/het bespringt
wij bespringen
jullie bespringen
zij bespringen

Verleden tijd

ik besprong
jij besprong
u besprong
hij/zij/het besprong
wij besprongen
jullie besprongen
zij besprongen

Gebiedende wijs

Imperatief

bespring

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bespringen

Gerundium

bespringen

Onvoltooid deelwoord

bespringend

Voltooid deelwoord

besprongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.