to sense, to perceive
Tegenwoordige tijd (ik)bespeur
Verleden tijd (ik)bespeurde
Voltooid deelwoordbespeurd
Volledige vervoeging van het werkwoord bespeuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bespeur
jij bespeurt (inversie: bespeur jij)
u bespeurt
hij/zij/het bespeurt
wij bespeuren
jullie bespeuren
zij bespeuren
Verleden tijd
ik bespeurde
jij bespeurde
u bespeurde
hij/zij/het bespeurde
wij bespeurden
jullie bespeurden
zij bespeurden
Gebiedende wijs
Imperatief
bespeur
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bespeuren
Gerundium
bespeuren
Onvoltooid deelwoord
bespeurend
Voltooid deelwoord
bespeurd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.