Vervoeging van bespelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bespelen
to play (a musical instrument)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bespeel
Verleden tijd (ik)bespeelde
Voltooid deelwoordbespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord bespelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bespeel
jij bespeelt (inversie: bespeel jij)
u bespeelt
hij/zij/het bespeelt
wij bespelen
jullie bespelen
zij bespelen

Verleden tijd

ik bespeelde
jij bespeelde
u bespeelde
hij/zij/het bespeelde
wij bespeelden
jullie bespeelden
zij bespeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

bespeel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bespelen

Gerundium

bespelen

Onvoltooid deelwoord

bespelend

Voltooid deelwoord

bespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.