Vervoeging van besparen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

besparen
to spare, save from
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bespaar
Verleden tijd (ik)bespaarde
Voltooid deelwoordbespaard
Volledige vervoeging van het werkwoord besparen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bespaar
jij bespaart (inversie: bespaar jij)
u bespaart
hij/zij/het bespaart
wij besparen
jullie besparen
zij besparen

Verleden tijd

ik bespaarde
jij bespaarde
u bespaarde
hij/zij/het bespaarde
wij bespaarden
jullie bespaarden
zij bespaarden

Gebiedende wijs

Imperatief

bespaar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

besparen

Gerundium

besparen

Onvoltooid deelwoord

besparend

Voltooid deelwoord

bespaard

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.