to ring
Tegenwoordige tijd (ik)bering
Verleden tijd (ik)beringde
Voltooid deelwoordberingd
Volledige vervoeging van het werkwoord beringen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bering
jij beringt (inversie: bering jij)
u beringt
hij/zij/het beringt
wij beringen
jullie beringen
zij beringen
Verleden tijd
ik beringde
jij beringde
u beringde
hij/zij/het beringde
wij beringden
jullie beringden
zij beringden
Gebiedende wijs
Imperatief
bering
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beringen
Gerundium
beringen
Onvoltooid deelwoord
beringend
Voltooid deelwoord
beringd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.