Vervoeging van beplakken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

beplakken
to glue together, to stick together
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beplak
Verleden tijd (ik)beplakte
Voltooid deelwoordbeplakt
Volledige vervoeging van het werkwoord beplakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beplak
jij beplakt (inversie: beplak jij)
u beplakt
hij/zij/het beplakt
wij beplakken
jullie beplakken
zij beplakken

Verleden tijd

ik beplakte
jij beplakte
u beplakte
hij/zij/het beplakte
wij beplakten
jullie beplakten
zij beplakten

Gebiedende wijs

Imperatief

beplak

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beplakken

Gerundium

beplakken

Onvoltooid deelwoord

beplakkend

Voltooid deelwoord

beplakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.