Vervoeging van benoemen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

benoemen
to appoint, to nominate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)benoem
Verleden tijd (ik)benoemde
Voltooid deelwoordbenoemd
Volledige vervoeging van het werkwoord benoemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik benoem
jij benoemt (inversie: benoem jij)
u benoemt
hij/zij/het benoemt
wij benoemen
jullie benoemen
zij benoemen

Verleden tijd

ik benoemde
jij benoemde
u benoemde
hij/zij/het benoemde
wij benoemden
jullie benoemden
zij benoemden

Gebiedende wijs

Imperatief

benoem

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

benoemen

Gerundium

benoemen

Onvoltooid deelwoord

benoemend

Voltooid deelwoord

benoemd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.