Vervoeging van benemen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

benemen
to take away; snatch
strong
Tegenwoordige tijd (ik)beneem
Verleden tijd (ik)benam
Voltooid deelwoordbenomen
Volledige vervoeging van het werkwoord benemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beneem
jij beneemt (inversie: beneem jij)
u beneemt
hij/zij/het beneemt
wij benemen
jullie benemen
zij benemen

Verleden tijd

ik benam
jij benam
u benam
hij/zij/het benam
wij benamen
jullie benamen
zij benamen

Gebiedende wijs

Imperatief

beneem

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

benemen

Gerundium

benemen

Onvoltooid deelwoord

benemend

Voltooid deelwoord

benomen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.